Op verzoek van diverse uitvaartondernemers, zal bij aanvraag van een buikpunctie of eenvoudige reconstructie -in de noordelijke provincies- in sommige gevallen een onopvallend voertuig worden ingezet. Dit heeft t.o.v. de mobiele unit als voordeel dat het minder confronterend is voor de nabestaanden en het parkeren wordt vereenvoudigd. De mobiele unit (voormalige ambulance) blijft wél de voorkeur hebben bij deze behandelingen. De mobiele unit is uitgerust voor alle behandelingen en voorkomt teleurstelling indien er plotseling een andere behandeling nodig is dan tijdens de aanvraag werd gedacht.

Het is op een mooie warme dag als ik heerlijk kalm en vrolijk via de binnenwegen terug naar huis rijdt. De ramen van mijn voormalige ambu staan open, mijn elleboog rust op de deur terwijl ik met mijn hand wat frisse wind probeer te ‘vangen’. Het laatste stuk wat ik ga rijden besluit ik langs het kanaal te gaan. Muziek op de achtergrond en in de verte hoor ik zachtjes het geluid van een helikopter. Het duurt daarna niet lang voordat ik een gele helikopter met blauw/ rode striping zie vliegen. Op dat moment probeer ik me te verplaatsen in de inzittenden, de spoed en de adrenaline die deze hulpverleners ongetwijfeld op high level zullen hebben. Hier bedoel ik niet alleen de hoogte van de helikopter mee, maar ben me ook bewust dat in hun hoofd alles op volle toeren zal draaien.

Even daarna wordt ik door een agent gedwongen een andere afslag te nemen. Ach, een kleine omleiding is voor mij op een zonnige dag een aangename bijkomstigheid. Ik pak nog een gebakken koekje van mijn vrouw en zet de rit naar huis voort. Het is een super dag!

Tijdens het avondeten gaat bij mij de telefoon. De uitvaartverzorger begint haar verhaal dat er iets vreselijks is gebeurd. Haar buurman is met zijn scootmobiel te water geraakt en is daarbij verdronken. In een flits zie ik mijn terugreis langs het kanaal nog even als een film voorbij komen. De traumahelikopter en de agent die mij vriendelijk verzocht om een andere weg te nemen. Alles wordt me duidelijk. Mijn relaxte middag is voor iemand anders tragisch geëindigd.

‘Een omstander wilde de man uit het water halen, maar zijn scootmobiel lag boven op de man, waardoor hij tijdelijk volledig onder het water heeft gelegen’ zegt ze. ‘Hij is na een succesvolle reanimatie over gebracht naar het ziekenhuis, maar is op de spoedeisende hulp helaas alsnog overleden’.

Ah, dat is voor mij zeer zinvolle informatie. De kans is heel groot dat hij water heeft geïnhaleerd, waardoor het lichaam in versneld tempo achteruit zou kunnen gaan. Ik adviseer de uitvaartverzorger een thanatopraxie behandeling, een behandeling waarbij ik het bloed van de overledene vervang door een andere vloeistof, waardoor het lichaam van binnenuit gedesinfecteerd wordt. Tijdens deze behandeling worden ook alle holtes leeg gezogen, waarbij de maag en de longen geen water uit het kanaal meer zullen bevatten. Het is van belang de longen en de maag te desinfecteren, omdat de bacteriën vanuit het kanaalwater binnen 3 dagen waarschijnlijk voor grote problemen gaan zorgen.

De uitvaartondernemer gaat in overleg met de familie, ze kan deze beslissing niet zelf nemen omdat er aan deze behandeling kosten zijn verbonden en het toch wel een behoorlijke ingreep is voor de overledene. Ik schuif mijn bord met aardappelen in de magnetron en warm het opnieuw op. Voordat ik de eerste hap kan nemen gaat opnieuw de telefoon. ‘Nogmaals met mij’ zegt ze. ‘De familie wil graag dat je de behandeling in het ziekenhuis-mortuarium uit gaat voeren, zodat hij meteen behandeld naar zijn eigen huis terug kan. Helaas zijn ze niet verzekerd en er is niet veel geld’.

Ik leg haar uit dat het een goed plan is wat ze op tafel legt, maar dat ze eerst contact moet opnemen met het mortuarium van het desbetreffende ziekenhuis. Het mortuarium wordt daar niet beheerd door het ziekenhuis, maar door een externe partij en leg haar uit dat er waarschijnlijk kosten aan verbonden voor het gebruik van de ruimte om deze behandeling uit te voeren. Kosten die we in dit geval voor de familie kunnen besparen als we de behandeling in mijn mobiele unit gaan uitvoeren.

Het duurt vervolgens een uur voordat ze terug belt. Verloren tijd, want ook bij een overledene is snelheid soms geboden. Bacteriën kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen, waarbij de overledene zal gaan opzwellen en verkleuren. Verontschuldigend verteld ze dat ze zojuist is terug gebeld door het mortuarium. ‘Er is vanavond geen tijd om daar de behandeling te laten doen en voor het gebruik van de ruimte moet de familie inderdaad betalen’. Ik hoor een verdrietige en teleurstellende zucht bij haar. Op dat moment beginnen mijn ogen te stralen, te twinkelen en mijn adrenaline begint te stromen. Waarschijnlijk niet zo snel als bij de hulpverleners in de helikopter, maar geloof me dat het als een heerlijke gezonde werveling voelt.

We kunnen het anders doen, een win-win situatie voor de overledene en de familie. ‘Geef me vijf minuten, dan bel ik je terug’ zeg ik tegen haar. Ik neem contact op met een bevriende uitvaartonderneming en vraag of ik 2 uurtjes met mijn mobiele unit bij hun onder dak mag staan om deze behandeling uit te voeren. Zonder enige twijfel krijg ik akkoord.

Ik leg de uitvaartleider tijdens een telefoongesprek uit wat mijn plannen zijn. ‘Indien de overledene binnen 3 uur na overlijden uit het mortuarium wordt gehaald, mogen er geen mortuariumkosten voor de wenselijke zorg in rekening worden gebracht’. Hier begint al de besparing van minimaal honderd euro. De wenselijke zorg zit standaard bij mijn thanatopraxie behandeling in, geen extra kosten voor de nabestaanden. De behandeling kan plaats vinden in mijn wagen, deze is immers volledig uitgerust voor deze behandeling. Opnieuw een besparing van zeker 200 euro omdat er geen huur voor het gebruik van het mortuarium kan worden berekend. ‘Als jij zorgt dat ik ook kleding krijg, dan breng ik hem voor de familie gekleed naar huis’.

Ik merk aan de uitvaartverzorger dat er opluchting is. ‘Zou je dit willen doen’ vraagt ze met opgewekte stem. Een vraag waar ik niet over hoef na te denken. Natuurlijk wil ik dat!

Nadat er een afspraak is gemaakt met het mortuarium van het betreffende ziekenhuis, haal ik de overledene op en rijdt naar mijn bevriende collega. Hij staat buiten met een stralende glimlach op me te wachten. De roldeur staat open en rijdt de wagen achteruit in de loods. Ik sluit me samen met de overledene op in de wagen en begin met de behandeling. Gemiddeld genomen neemt een behandeling 2 uur in beslag. Het was zeker niet voor niets, want haal uit het lichaam behoorlijk wat vocht. De kleur van het gelaat wordt weer wat vriendelijker en nadat ik hem zijn schone kleding heb aangedaan ligt er op mijn brancard weer een mooie en nette man. Het voelt goed om iemand ‘toonbaar’ te maken en terug te kunnen brengen naar de geliefden.

Nog snel een bak koffie en met een stevige handdruk verlaat ik mijn collega. Onderweg bel ik de uitvaartleider en benadruk nog even dat ik met een grote gele auto kom, waarop de tekst Special Death Care groot staat vermeld. Een tekst die misschien ‘hard’ over komt, maar exact benadrukt wat er in deze wagen internationaal gebeurd.

Wat ik met dit artikel graag onder de aandacht wil brengen, is dat een waterlijk de meeste kans heeft om probleemloos op te baren, als er een thanatopraxie behandeling gaat plaats vinden. Niet op de 3e dag als het lichaam al is gaan opzwellen, maar zsm na het overlijden. De nabestaanden zullen je dankbaar zijn als je deze behandeling bij hun onder de aandacht brengt. Laat hún de keuze maken.

 

Op 5 juni 2017 zal Special Death Care een klinische les gaan verzorgen voor hulpverleners en mensen in de zorg. Een doelgroep die soms onverwacht te maken kan krijgen met een sterfgeval. Hoe ga je om met een vermoeden van niet natuurlijk overlijden, wat doen we met de bloedingen die zijn veroorzaakt, en hoe sluiten we tijdelijk de mond van een overledene. Aanmelden kan via de mail, er zijn maar een aantal plaatsen beschikbaar...

Klinische les

Tijdens een thanatopraxie bijeenkomst in Nederland, werd ik in 2015 vanuit Duitsland gevraagd om voor het Duitse Death Care mijn kennis met hun te delen. Binnen luttele seconden had ik mijn besluit gemaakt. ‘Vanzelfsprekend’ was mijn antwoord.

Nu een aantal jaren verder is de samenwerking gegroeid. Middels opleiding en realistische oefeningen op militair grondgebied zijn onze vaardigheden beproefd. Teambuilding en gebruik maken van elkaars kennis staat bij Death Care Germany bovenaan de lijst. In een korte periode heb ik vriendschap zien groeien. Tijdens de oefening in de rimboe deelden we alles, niet alleen je water en voedsel, maar ook je emoties. Vreemden werden vrienden.

Op 22 april 2017 zijn we met het team op bezoek geweest bij het Forensisch instituut in Hamburg. Het doel van deze bijeenkomst was om tijdens een uitzending beter te kunnen assisteren bij identificatie van dodelijke slachtoffers. Het eerste gedeelte was een reportage van de identificatie van de slachtoffers in Thailand (Tsunami ). Een fotoreportage vanaf het binnen brengen van de verminkte lichamen, tot aan de overdracht aan de nabestaanden. Op een respectvolle manier werd er gesproken over de manier waarop de identificatie tot stand is gekomen.

Vervolgens een lezing van een forensisch tandheelkundige, betrokken bij de identificatie in Joegoslavië. Hoe meer er werd verteld, hoe meer ik me bewust ben geworden waarom een identificatie noodzakelijk is. In eerste instantie ging ik er van uit dat het was bedoeld om de overledene een naam te geven, maar al snel werd me duidelijk dat het om veel meer redenen belangrijk is. Sommige bevolkingsgroepen mogen niet hertrouwen voordat de partner is overleden, en moet dus worden aangetoond dat de echtgenoot/ echtgenote is overleden. Ook keren verzekering maatschappijen veelal pas uit als de dood is vastgesteld.

Door deze tandheelkundige is ons geleerd antem-morten en post-mortem de status van het gebit te vergelijken. Zodoende kunnen we vaststellen of er een overeenkomst bestaat tussen bv een röntgen foto van het gebit tijdens leven (of een gips afdruk) en het gebit van het slachtoffer.

Aansluitend een lezing gehad van een forensische patholoog uit Rwanda. Hij is oa betrokken bij de identificatie van de volkerenmoord tussen de Hutu’s en Tutsi’s, waarbij in 100 dagen meer dan een miljoen mensen letterlijk zijn afgeslacht. Gruwelijke verhalen van een man die zijn eigen landgenoten helpt de mogelijkheid te creëren verder te leven, opnieuw te kunnen trouwen en de vader van een ongewenst kind te berechten. Middels DNA worden er nog dagelijks mensen geïdentificeerd en berecht. Een aangrijpend verhaal waarbij je een speld had kunnen horen vallen.

Heel bijzonder was het om 2 gerechtelijke secties te mogen bijwonen. Nadat de lichamen door een CT-scan zijn geweest, werden de lichamen zeer zorgvuldig geopend en werden alle mogelijke doodsoorzaken nauwkeurig onderzocht. Van zowel het weefsel als alle organen werd met uiterste precisie een diagnose gesteld die zou kunnen leiden naar de doodsoorzaak.

Met deze bijscholing is het mogelijk gemaakt dat Special Death Care niet alleen ingezet kan worden voor internationale reconstructie en balseming van dodelijke slachtoffers, maar ook internationaal kan worden ingezet voor het assisteren bij de identificatie van dodelijke slachtoffers –waaronder het afnemen van DNA- .

identification Special Death Care

Ik weet het me nog goed te herinneren. Een verpleegkundige belt over een sterfgeval van een jongedame. ‘Het was een mooi meisje, maar door de operatie heeft ze een asymmetrisch hoofd gekregen’.  Ze legt me uit dat door een ernstig trauma de hersenen zijn gaan opzwellen, en dat er een operatie noodzakelijk was. Een kwart van het hoofd is met spoed kaal geschoren en een botlap verwijderd. Een ingezakte huidflap rust nu op haar hersenen en er is een hechting zichtbaar van haar achterhoofd tot bovenop de schedel.

Zoals bij iedereen die dit hoort het geval zou zijn, probeer ik mij een voorstelling te maken hoe ze er nu uit ziet. Eigenlijk vind ik het zelf belangrijker om me voor te stellen hoe ze er uit zag zoals haar ouders zich haar herinneren en niet zoals ze er nu uit ziet.

De verpleegkundige belt niet voor niets. Ze weet uit ervaring dat ik het haar van een overledene soms terug kan plaatsen daar waar het is afgeschoren. We spreken af dat ik in de wagen stap om naar ze toe te komen.

Aangekomen op de afdeling zit in de familiekamer een verslagen familie en zie ik verslagenheid bij de verpleging. Het is een aangrijpend moment waarbij ik waak om scherp te blijven. Vader zit met gebogen hoofd, zijn knieën bij elkaar en zijn handen tussen zijn knieën. Niet bereikbaar en intens verdrietig. Moeder zit een beetje gebogen en ritselt iets met een zakje in haar hand.

De verpleegkundige verteld wat er gebeurd is, en ik begrijp waarom de ouders zo aangeslagen zijn. Voordat ik verder in gesprek ga, vraag ik of ik een kijkje mag nemen bij hun dochter. Het beeld dat ik bij het telefoongesprek in mijn hoofd had, blijkt dicht bij de waarheid te komen. Een asymmetrisch gezicht, gedeeltelijk kaal en een blauw oog.  Gelukkig is het haar wat nog wel op haar hoofd zit behoorlijk van lengte.

‘Edwin, je kunt zó veel, kun je iets voor ze betekenen denk je?’  vraagt de verpleegkundige bijna smekend. Ik kijk haar aan, en knik zachtjes. ‘Geen stress meid, ik heb ze lastiger gehad’. Met waterige ogen begint ze te glimlachen, en zegt terwijl ze me een hand geeft ‘topper’.

Terug bij de ouders zit vader nog in dezelfde positie. Moeder  kijkt bij mijn binnenkomst op en ritselt nog steeds met een plastic zakje. Ik vertel wat ik zou kunnen doen, iets van het over gebleven haar weg knippen en verplaatsen naar het kale gedeelte. Een techniek die nagenoeg onzichtbaar kan worden uitgevoerd. Moeder begint te huilen, overhandigt me een foto en het plastic zakje. ‘Dit is van haar’ zegt ze, en vraagt me of ik dit bij haar in de buurt wil houden. Ik besef dat in het zakje het stuk schedel zit die verwijderd was bij de operatie, bedoelt om terug te plaatsen indien ze het zou overleven.

We nemen van elkaar afscheid en spreken af dat ik hun dochter bij hun thuis breng. De verpleegkundige helpt me het meisje op de brancard te leggen, en wenst me sterkte. Het plastic zakje leg ik bij het meisje onder de lakens. Eenmaal in mijn voormalige ambu ga ik er voor zitten. Ik observeer de wond en open de schedel. Gelukkig is het botdeel in het plastic zakje intact en zie dat het eenvoudig terug te plaatsen is in de schedel.  De ingezakte huidflap zit weer keurig op zijn plaats. Het hele asymmetrische is hiermee volledig opgelost. In mezelf bedank ik het operatie team omdat ze zo zorgvuldig zijn omgegaan met materiaal, ook na een overlijden. ‘Super’ denk ik bij mezelf.

Het haar wordt gewassen en lijkt in volume toe te nemen . Heel voorzichtig knip ik haar weg vanaf het achterhoofd, het gedeelte waar ze met haar hoofd straks in het kussen ligt en dus niet zichtbaar is voor nabestaanden. Met een speciale techniek breng ik het terug op het gedeelte wat tijdens de operatie is kaal geschoren.  Aan de hand van een foto probeer ik het kapsel te evenaren. Altijd lastig, want een lok naar links kan op de foto een lok naar rechts zijn. Ik neem de gok, en maak een lok naar links.

Tevreden kijk ik naar haar schedel. Het is symmetrisch, een mooie kuif en de wond is door het terug geplaatste haar onzichtbaar geworden. Met airbush rest mij alleen nog het blauwe oog weg te werken. De huidskleur ga ik bepalen om met uiterste precisie het ooglid weer op kleur te krijgen. Met een vaste hand, en de luchtdruk niet te hoog om het ooglid niet verder te beschadigen, ga ik aan de slag.

Nadat ik de wagen van binnen heb opgeruimd breng ik het meisje terug naar haar ouders. Onderweg bel ik met de verpleegafdeling om te vertellen dat de behandeling is geslaagd. Als de ouders het meisje zien is er een zucht van opluchting. Bij hun, maar ook bij mij. Vader die ik me herinner als een ineen gedoken man, grijpt me bij de schouders en schudt me dankbaar heen en weer. Ik vraag me af wanneer het schudden op zou houden, maar besef dat het zijn manier is om te ontladen.

Een behandeling als deze is mede mogelijk gemaakt door het team op de o.k. en door de verpleegafdeling. Een team die na een overlijden mogelijkheden bekijkt, benut en benadert. Van mij krijgen ze een groot compliment, een dikke 10…

Het is al aan het einde van de middag als bij mij de telefoon gaat. Er is door de huisarts een ICD verwijderd en de wond blijft lekken. De kleding en het bed van de overledene zitten onder het bloed. Als ik hoor dat de patiënt is overleden aan hartfalen gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Het is met regelmaat dan erg lastig om een wond vloeistof dicht te sluiten. Mijn hoofd ratelt als een bezetene, en probeer terwijl we aan de telefoon hangen een oplossing te bedenken om de familie uit deze onplezierige situatie te halen.

Ik laat de uitvaartondernemer contact zoeken met de familie, om te vragen of ik met mijn voormalige ambulance welkom ben om voor hun het probleem op te lossen. De familie stemt er zonder te twijfelen mee in en verwacht me over 2 uur. De wagen staat start klaar, en na het aan doen van mijn witte pak vertrek ik richting de familie. Onderweg gaat er van alles door mijn hoofd. Is er ruimte om te parkeren, is de familie aanspreekbaar, en bovenal rijst er de vraag: kan ik deze klus klaren. Ruim 2 uur later kom ik in het donker aanrijden. De navigatie zegt dat mijn doel is bereikt, terwijl ik bij mezelf denk dat mijn doel absoluut nog niet is bereikt. Mijn doel is immers om de familie gerust te stellen en er wacht mij nog een grote uitdaging.

De uitvaartondernemer heeft mijn komst besproken met de familie, er is zelfs al ruimte gemaakt om met de auto te kunnen staan. Dat is fijn, want zo kan ik direct beginnen waarvoor ik kom. De partner van de overledene doet de deur open. Ik zie iemand die vol zit van verdriet. ‘Ik zit in een horror film’ zegt ze. ‘Ik zou zo graag rust willen hebben en mijn wens is om hem in huis te houden’. Ik geef haar een hand en sla een arm om haar heen. ‘Kom, laten we naar hem toe gaan, dan kijk ik wat ik voor u kan betekenen’. Ze wijst me op de wond die de lekkage veroorzaakt.

Ik kijk vanuit mijn professionaliteit naar het lichaam, en focus me niet alleen op de wond. Lekkage uit de benen en armen (oedeem vocht), opgezwollen buik, verkleurd gezicht en inderdaad de kleding en het bed onder het bloed. Ik begrijp waarom ze zo verdrietig is. Uit ervaring weet ik dat de familie graag een duidelijk en eerlijk verhaal wil. Je hoeft niet te fluisteren, maar spreek uit wat de mogelijkheden zijn, en laat de keus aan de familie. Nog even denderen de woorden door mijn hoofd bij mijn binnenkomst. De woorden –mijn wens is om hem in huis te houden-. Ik haal nog eens diep adem, en begin met ietwat sprankelde ogen haar gerust te stellen. ‘Dit los ik voor je op! En omdat ik weet dat je hem graag in huis wilt houden, doen we de behandeling hier op zijn eigen bed’. Er komen tranen in haar ogen, ze bedankt me en zegt dat ze de rust terug begint te krijgen in haar lichaam.De familie laat me alleen met de overledene. Er ligt schone kleding en beddengoed klaar op een bankje. De kat gaat op de vensterbank zitten en houdt de wacht, tenminste, zo lijkt het op dit moment…

De opgezwollen buik is grotendeels de veroorzaker van alle problemen. Bacteriën die het lichaam op druk zetten veroorzaken lekkage uit alles. Nadat de buik middels een punctie weer acceptabel is geworden injecteer ik vloeistof in het lichaam die de bacterie groei af zullen remmen. Ik bekijk de wond van de defibrillator en zie dat deze door de arts gehecht is met een cosmetische steek. Helaas is dat niet vloeistof dicht en ik knip de wond opnieuw los. Met een pathologische steek sluit ik de wond. De poes begint te spinnen en loopt over de vensterbank heen en weer. De lamellen gaan hierdoor wijd open staan een heb er een hele klus aan de poes ervan te overtuigen dat dit niet de bedoeling is. Het wordt een kat en muis spel tussen mij en de poes. Nadat ik hardop begin te lachen kruipt ze op het laken die bedoeld is om straks op het bed te leggen. Het is een aangename afleiding.

Ik richt me weer op de overledene. Het lichaam is stabiel en de lekkages zijn verholpen. Het bed ga ik verschonen en zorg dat de overledene wordt gekleed in schone kleding. Met de laatste puntjes op de i, en een aai over de bol van de poes laat ik de familie weer de kamer in komen. Bij het zien van haar man rolt er een traan over haar wangen. Als ze haar tranen weg veegt vertel ik haar wat ik denk te verwachten de komende dagen en benadruk nog eens dat we niet kunnen ingrijpen in de natuur. Ze kijkt me aan met een opgelucht gezicht en bedankt me oprecht. Voordat ik vertrek wil de familie graag de mobiele unit zien. Terwijl ik mijn spullen in de wagen zet geef ik uitleg over mogelijkheden en inzetbaarheid van de wagen. Met een stevige hand vertrek ik huiswaarts, het is inmiddels richting de nacht.

Ongeveer 2 minuten na mijn vertrek gaat de telefoon, het is de familie. Ik denk direct in het negatieve en schrik omdat ik bang ben dat er opnieuw lekkage is. ‘Edwin, je bent de helft vergeten mee te nemen’. Oef, gelukkig, ik keer de wagen en ga opnieuw naar het adres. Bij de deur staat een familie lid met mijn vergeten spullen. Met de woorden ‘ze vinden je cool’ neem ik nogmaals afscheid.

Bij het opdraaien van een verlaten snelweg pruttelt mijn koffie in de wagen. Ik schenk mijn mok vol en laat de film nogmaals passeren. Opnieuw een dag waarin ik besef waarom ik het doe. Het maakt nabestaanden minder ongelukkig en het maakt mij blij…  (artikel is met toestemming van de familie geplaatst)

lijkvocht

Op de Jaarbeurs in Utrecht heeft Special Death Care 3 dagen op het SkillsLab van Nu'91 uitleg mogen geven over de inzetbaarheid en mogelijkheden van de mobiele unit. De belangstelling was groot. De unit kan worden ingezet voor reconstructies van verminkte dodelijke slachtoffers, voor het toepassen van thanatopraxie/ buikpuncties, bodyseal, vervoer en airbrush. Bij een klinische les bestaat er altijd een mogelijkheid om de wagen te bezichtigen.

Special Death Care klinische les