‘Hier linksaf. Ik kijk verbaasd naar links en zie een voetpad richting een woonwijk gaan. Voetgangers gebied. ‘Hé bah’ roep ik hardop. Niet dat ik haast heb, maar soms is het enorm lastig om ergens te komen waar je wilt zijn. Heel even ben ik een beetje nukkig omdat de navigatie me ergens naar toe wil sturen waar ik niet in mag.

Bij de eerste gelegenheid zet ik de wagen aan de kant, pak mijn mobiele telefoon en sla er een tweede navigatie op na. Helemaal in gedachten wordt er plotseling om mijn linker portierruit getikt. Ik schrik me helemaal lam en door de adrenaline kan ik domweg niet het knopje vinden om mijn venster naar beneden te laten zakken.

‘Moment moment’ roep ik tegen de oudere dame. Het raam zakt naar beneden en ik bied mijn verontschuldiging aan voor mijn warrig gedrag. Naast de wagen staat een dame op leeftijd, mooi bosje wit haar, een iets te grote bril en twee leren handschoentjes die je vooral ziet bij oudere dames die nog een auto besturen. In gedachten plaats ik deze dame in een oude Mercedes met automaat uit de jaren 60 of 70.

Omdat het me totaal niet duidelijk is waarom deze dame op mijn ruitje heeft geklopt, vraag ik met een vriendelijke glimlach wat ik voor haar kan betekenen. ‘Ik wil graag dood’ zegt ze met opgewekte stem. Ik schud eens met mijn hoofd, knipper wat met mijn ogen en het enige wat ik er op dat moment uit kan krijgen is niet meer dan het woord ‘pardon’?  Haar vriendelijke blik verandert een heel klein beetje in een serieus gezicht. ‘U heeft mij wel gehoord’ zegt ze.

Een beetje ongemakkelijk weet ik me niet echt een houding te geven. Mijn telefoon leg ik op de rechter stoel, druk mijn rug in de leuning en trek mijn benen zo ver mogelijk richting mijn stoel om zo rechtop mogelijk te gaan zitten. ‘U wilt dood, is dat wat u zei‘? Met een knikkend hoofd geeft ze de bevestiging. Met twee benen naast de fiets loopt ze de fiets iets dichter naar de wagen. Stiekem had ik gehoopt op een verwarde dame die de weg kwijt zou zijn, maar het verhaal kreeg een andere wending dan ik had gedacht.

‘Het staat op uw wagen, speciale dood en ik wil graag dat u mij helpt’. Nog steeds valt er bij mij geen kwartje en ga er vooralsnog van uit dat ze niet meer zo helder is. ‘Maar mevrouw, u ziet er nog geweldig uit, mag ik vragen waarom u mij vraagt te helpen om dood te gaan’?

De fiets komt nog wat dichterbij en heel egoïstisch hoop ik dat ze om de lak van de wagen denkt. Het liefst zou ik even uitstappen om haar te woord te staan, maar haar fiets belemmert me om het protier te kunnen openen en tegelijkertijd zorgt de fiets er voor dat ik niet meer weg kan rijden als ik dat zou willen.

Ze leunt met twee armen over mijn geopende ruit, trekt haar leren handschoenen uit en komt me eigenlijk net iets te dichtbij. De geur van een parfum die ruikt naar goedkope zeep trekt in de cabine. ‘Ik ben gezond, heb geld genoeg, leuke kinderen, maar er is niemand die me wil helpen. Ik ben in de bloei van mijn leven’.

Domweg begrijp ik nog steeds niet waar ze naar toe wil. Met een wijzende vinger naar mijn dashboard kastje vraagt ze of ze een pil van me mag. Heel naïef dacht ik dat ze misschien hoofdpijn had en van mij verwachte dat ik pijnstillers in mijn dashboard kastje zou hebben. ‘De dokter wil me niet helpen, hij zegt dat ik te gezond ben’.

Ineens denk ik het te gaan begrijpen en probeer een manier te vinden om het op een subtiele manier bespreekbaar te maken. De situatie maakt het me ongemakkelijk, aan de kant van de weg met een dame die inmiddels al half in de cabine hangt. En eerlijk is eerlijk, de zeep lucht die penetrant aanwezig is maakt het dat ik me niet echt de tijd gun om een serieus gesprek met haar aan te gaan.

‘Maar waarom wilt u dood. U geeft aan gezond te zijn, prachtige kinderen te hebben en financieel heeft u niets te klagen’. Met opgeheven hoofd kijk ze me strak in de ogen en legt me uit dat dat precies de reden is waarom ze wil vertrekken. ‘Mijn hele leven heb ik al beslissingen moeten maken. Overal mag je een mening over geven, mee denken met de politiek, stemmen op wie het land gaat regeren. Maar over mijn eigen dood mag ik niet beslissen. Dat is toch raar’?

Eigenlijk had ik wel met haar te doen. Ik nam de zeep lucht voor lief en begon serieus met haar te praten. In principe snapte ik haar wel. Ze vertelde dat vele kennissen inmiddels waren overleden, haar vrienden kring werd kleiner en de vrienden die ze nog had waren krakkemikkig of vergeetachtig. ‘Ik zou zo graag willen dat me dit bespaard bleef, het is een geweldige tijd hier op aarde, maar laat me gaan nu ik nog gezond ben en terug kan kijken op een positieve tijd’.

Daar had ze wel een punt. Waarom wachten tot je ziek wordt als je het er zelf over eens bent dat je er nu uit wil stappen. ‘Euthanasie heb ik aangevraagd, maar volgens mijn dokter ben ik te gezond om daar voor in aanmerking te komen. Als ik toch gelukkig ben en nu voor mezelf besluit om er een einde aan te maken, waarom moet dat dan met geweld’?

Een beetje stil en sprakeloos zit ik ongemakkelijk op mijn stoel. ‘Hoe bedoelt u met geweld er een einde aan maken’? ‘Het kan niet anders’ zegt ze met een hoofd die langzaam naar beneden zakt. ‘Ik wordt gedwongen mezelf iets aan te doen, maar ik zou zo graag zonder pijn of verminking willen inslapen. Dat heb ik verdiend na zo veel jaren klaar te staan voor anderen’.

Het dringt helemaal tot me door. Er is er niet 1 kwartje gevallen, maar het regent kwartjes. Ze heeft me geraakt met haar verdriet en haar eerlijkheid. Mijn rechterhand leg ik op haar hand die rust op het openstaande raam. ‘Het spijt me vreselijk, maar ik kan u echt niet helpen. Ik heb geen pillen die u op een humane manier kunnen laten inslapen’.

Zwaar teleurgesteld en verdrietig komt haar hoofd weer omhoog. Haar bril met dunne goudkleurig montuur pakt ze van haar neus en met haar vingers wrijft ze wat door haar waterige ogen. Ze trekt haar hand onder de mijne vandaan, draait haar fiets bij de auto vandaan en stapt zonder iets te zeggen op de fiets om haar weg te vervolgen.

Helemaal geraakt door deze dame, vergeet ik waar ik had moeten zijn. Mijn gedachten zijn bij haar, ik zie haar zitten op een stoel, een jachtgeweer op haar schoot, hangend aan de trap of met haar fiets tegen een vrachtwagen.

Beelden van een overledene blijven me niet echt bij. Tijdens mijn werk probeer ik geen band te krijgen met de overledene. Het zijn vaak de emoties van de nabestaanden die de overledene een identiteit geven, maar ook deze emoties vergeet ik tot nu toe gemakkelijk en snel.

Toch is er wel iets veranderd. Een oude dame met wit haar op een fiets heeft nu een heel andere lading dan voorheen. Een bril met gouden montuur, maar ook een sterk geurende zeep -al dan niet in een automaat- heeft voor mij nu ineens een relatie met de dood. Niet een negatieve gedachte, maar juist een positieve blik op mijzelf, de gedachte dat –ondanks ik altijd met de dood werk – het menselijke nog steeds onder ogen kan zien.

Oma en Special Death Care

Het raast wel eens door mijn hoofd, de duizenden overledenen die ik in mijn loopbaan inmiddels heb mogen verzorgen. Tot op de dag van vandaag doe ik dat met liefde en vol passie. Het maakt voor mij emotioneel niet zo veel uit wat de leeftijd van de overledene is, iedere overledene heeft wel een verhaal en dierbaren die hij of zij achter laat.

Natuurlijk zijn er momenten en overledenen die bepaalde herinneringen in me naar boven laten komen. Gezins drama’s zijn vaak gecompliceerd omdat je in vele gevallen met twee families te maken hebt, kinderen zijn binnen families erg beladen, maar ook een persoon van 80 die meer dan de helft van zijn leven heeft gedeeld met diegene die achter blijft is verre van een leuke bezigheid.

Tot nu toe kan ik goed afstand bewaren tot de persoon die is overleden. Niet dat ik een gevoelloos mens ben, maar ik probeer me niet af te vragen waarom iemand bijvoorbeeld jong is overleden, terwijl de ander boven de 100 mag worden. Nieuwsgierigheid iets wat in een mens zit, dat is voor mij zeker. Onlangs ben ik gevraagd om een lichaam te bergen bij een lijkvinding. Je ziet omstanders op alle mogelijke manieren proberen om er iets van mee te krijgen, misschien proberen ze zo veel mogelijk leed van de ander te zien of de geur van de dood op te snuiven. Verbazingwekkend was een oudere dame met haar hondje en een rollator, ze was zeker de brutaalste tussen alle omstanders. Ze drong zich door de menigte heen en vroeg op grote afstand met luide stem ‘wat is er aan de hand, mag ik weten wat er hier is gebeurd?’

Aan de ene kant vond ik het prachtig, vele nieuwsgierige omstanders en dan 1 oudere dame die gewoon vraagt wat ze wil weten. Stiekem geniet ik daar best van. De agent gaf op een subtiele manier aan dat ze er niks mee nodig had, waarna ze nog langzamer dan dat ze kwam weer vertrok met haar hoofd steeds kijkend in de richting van de kamer waarin we bezig waren.

Bij een zelfdoding wordt de drang om de reden te achterhalen soms nog extra versterkt. Er zijn altijd wel omstanders of hulpverleners die hardop de vraag stellen waarom hij of zij het heeft gedaan. Misschien een beetje te nuchter of zakelijk geef ik standaard het antwoord dat me dat niet bezig houdt. Het maakt me eerlijk gezegd ook niet zo veel uit. Mijn gedachten gaan uit naar de nabestaanden en ben voor mezelf niet echt bezig met de reden van de zelfdoding.

Als bekend is wie het slachtoffer is (identificatie) wordt er over gegaan tot de confrontatie. In sommige gevallen is de familie niet direct te bereiken en is er ruim voldoende tijd om het lichaam confrontatie-klaar te maken. Wassen, verzorgen en het lichaam zo opbaren dat eventuele verwondingen niet direct in het zicht vallen. Hier zit bij mij wel eens een knel punt.

Hoe ver kan en mag ik alvast het lichaam verzorgen, camoufleren of restaureren. Er is immers geen opdracht gegeven vanaf de familie en op dat moment weet ik helemaal niet of de familie het wel op prijs zou stellen dat er al is verzorgd. Misschien hadden ze bij de verzorging aanwezig willen zijn, of verwachten ze bij de confrontatie juist iemand die al volledig is gerestaureerd.

Ondanks dat een reconstructie van 4 uur door Special Death Care nog geen 350,- kost, moet het wel bespreekbaar worden gemaakt. Het zijn  lastige dingen die je open en eerlijk met de familie moet bespreken. Over geld wordt op zo’n moment vaker niet dan wel gesproken, terwijl dat wel een heel belangrijk punt zou kunnen gaan worden. Wie weet heeft de familie geen geld en dan is het toch uiterst vervelend als er ineens een ongevraagde factuur wordt gepresenteerd.

Door mijn jarenlange ervaring en de positieve contacten met de politie, de VOA (Verkeers Ongevallen Analyse), forensische opsporing en slachtofferhulp, weten we meestal op voorhand wel wie de factuur gaat betalen. Bij bijvoorbeeld een verkeersongeval is er wellicht iemand aansprakelijk en zal de verzekering de reconstructie gaan betalen. Hierdoor hoef je dit moeilijke gesprek niet te voeren op een zeer emotioneel moment.

Niet alles is te herstellen, soms missen er simpelweg lichaamsdelen, of is de beschadiging zo groot dat toonbaar opbaren niet meer mogelijk is. Toch hoeft dat niet altijd een probleem te zijn. Luisteren naar de nabestaanden, overleggen en duidelijk communiceren is wat me helpt bij het aanbieden van de mogelijkheden. Een vraag die ik altijd stel aan de nabestaanden, is wat de uiteindelijke ultieme wens is van de mensen die achter blijven. Een lichaam weer tot leven wekken kan ik niet helaas, maar om een thuis opbaring -wel of niet toonbaar- te realiseren lukt in goed overleg eigenlijk altijd wel.

Het hoeft van de familie ook niet altijd toonbaar. Het thuis kunnen hebben van het slachtoffer is vaak voldoende. Met enige regelmaat ‘verdwijnt’ een overledene in de vriezer. Een beetje subtielere ondernemer noemt het een ‘diep koeler’. Het resultaat blijft het zelfde, een bevroren lichaam die -ondanks tegen de soms ultieme wens van de nabestaanden- niet thuis is bij de familie.

Bij de overledene kunnen zijn, het kunnen aanraken en er tegen kunnen praten is voor velen een goede manier om het verlies te verwerken. Het mee denken met families, ondernemers en hulpverleners, ja…. daar zit mijn kracht.

Verminkt en afscheid

1 - Hoe komt u erbij om dit te gaan doen?

Om te beginnen is het niet een vak waarvoor ik echt heb gekozen. Het is iets waar ik ben in gerold. Als kind nooit gedacht dat ik mij zou inzetten om overledenen toonbaar te maken, of te conserveren. De dood, een kerkhof en crematoria hadden wel iets speciaals voor me, maar niet met de gedachte werkzaam te worden in deze branche. Ik opgegroeid met techniek. Brommers, motoren en auto’s repareren zat me in het bloed. Een dikke 19 jaar ben ik werkzaam geweest bij BMW automobielen. Daar kocht een uitvaartondernemer bij ons een gebruikte wagen. Van het een kwam het ander en voordat ik er op verdacht was ruilde ik mijn baan bij BMW in voor een baan in een politie mortuarium. Door te groeien, je kennis te verbreden en vooral door de ervaring die ik in de afgelopen jaren heb opgedaan, heb ik uiteindelijk besloten om met een mobiele unit mijn diensten als ZZP aan te gaan bieden.

2 – Wat is het ergste wat u heeft mee gemaakt?

Tja, wat is erg? Je moet je voorstellen, daar waar ik kom er altijd ellende is. Emotie, verdriet, pech, allemaal situaties waarbij nabestaanden ongelukkig zijn geworden. Iedere overledene is voor mij gelijk. Ze verdienen dat laatste stukje respect, daarbij maakt het voor mij niet uit hoe oud je bent, of waaraan je bent overleden. Ik probeer niet mee te gaan in het verdriet van de nabestaanden, waardoor iets ergs voor mij al snel iets minder erg lijkt te zijn. Hiermee bedoel ik niet mee dat ik het verdriet van de nabestaanden niet begrijp, maar het is een manier om sterk te zijn richting de nabestaanden. Ze zien me op dat moment als hulp en steun en wil er graag voor ze zijn.

3 – Neemt u wel eens stagiaires mee?

Stagiaire vind ik een groot woord. Als er iemand met mij mee gaat, dan noem ik dat mijn assistent. Echter is een overledene geen object, het is ook geen lichaam die zich ter beschikking heeft gesteld om iets op uit te proberen. Het is een lichaam die complicaties heeft tijdens een opbaring en daar dien ik met respect mee om te gaan. Kijkers heb ik niet zo veel mee. Maar als zich een situatie voordoet, waarbij bijvoorbeeld de verpleegkundige nog aanwezig is na het overlijden, dan mag van mij -uitsluitend met toestemming van de familie- iemand op eigen verantwoordelijkheid mee kijken.

4 – Slaapt u ’s nachts nog wel goed door alles wat u mee maakt?

Tot nu toe neem ik ze niet ‘mee naar bed’. Gezichten onthouden is voor mij al een lastig iets, het heeft als voordeel dat ik de overledenen niet ga onthouden. Maar ik ben me goed bewust van het gevaar. Rondom mij heen zijn er toch wel een aantal collega’s gestopt met het werk door PTSS (posttraumatische-stressstoornis). Mocht het zo zijn dat iemand in mijn omgeving ziet dat mijn gedrag zodanig verandert dat PTSS op de loer ligt, dan hoop ik dat ze dat tegen mij zullen zeggen. Maar kort samen gevat: Ja, ik slaap prima.

5 – Mislukt er wel eens iets?

Ja hoor. Ik ben geen wondermens en kan echt niet alles. We grijpen in in een stukje natuur en soms heeft de natuur andere dingen in gedachten dan dat wij zouden willen. Vooral als er onweer op de loer ligt, zal door onder andere de luchtdruk en lucht vochtigheid het tijdelijk conserveren van een lichaam worden bemoeilijkt. Ook een reconstructie slaagt niet altijd. Soms is de beschadiging te groot, of mist er simpelweg te veel om nog tot een reconstructie over te kunnen gaan.

6 – Waarom heeft u gekozen voor een gele bus?

Haha, meestal komt deze vraag als eerste. Die gele bus is geel omdat ik dat wil. Niet meer en niet minder. Mensen die me inhuren mogen me inhuren om wat ik met mijn handen kan. Die gele bus is volledig uitgerust met de materialen waarmee ik probeer een zo goed mogelijk resultaat te bewerkstelligen. Ook als de bus blauw of zwart zou zijn, dan verandert dat niks aan wat ik met mijn handen kan. Geel is mijn lievelings kleur en ik gun mezelf al jaren een gele auto.

7 – Had de tekst Special Death Care niet iets subtieler gekund?

Dat had gekund. Waar denk je dan zelf aan? After life service ofzow? Nee, die tekst Special Death Care omvat exact wat ik doe, specialistische overledenen verzorging. Om te voorkomen dat ik als hulpverlener wordt gezien, is overeen gekomen om aan de buitenzijde zichtbaar te hebben dat ik met overledenen werk. Vandaar de tekst op de wagen. Zelf ben ik als vrijwilliger werkzaam bij het Duitse Death Care. Een humanitaire hulporganisatie die wereldwijd gratis hulp biedt bij grote rampen met vele dodelijke slachtoffers. Omdat de wagen internationaal ingezet wordt, heb ik gekozen om als bedrijfsnaam Special Death Care te gaan voeren. En inderdaad, ook op de gele mobiele unit ;)

8 – Groeien nagels en haren door bij een overledene?

Die vraag kan ik beantwoorden met nee. Nagels en haren groeien niet door bij een overledene. Door onder andere koeling en indroging, trekt de huid zich terug. Daardoor lijkt het alsof nagels en haren langer zijn geworden. Als je de kans krijgt om eens bij een overledene te kijken op bijvoorbeeld de vijfde dag na het overlijden, dan kun je goed zien dat vingers smaller lijken door de indroging, met als gevolg dat de nagels langer lijken.

9 – Heeft u het wel eens mee gemaakt dat iemand niet echt dood was?

Bijna… Ik ben eens opgeroepen om een overledene te verzorgen, maar bij aankomst lag de patiënt weer met aangesloten infuus op de afdeling. Tot grote schrik van de verpleegster was de patiënt weer gaan ademen tijdens het recht leggen van de -toen doodverklaarde- man. Waarschijnlijk was deze niet echt overleden, maar heeft de arts niet een volledige schouw verricht waardoor deze bizarre situatie was ontstaan.

10 – Hoe komt het dat een overledene soms groen en dik wordt?

Ik zou haast een wedervraag kunnen stellen. Hoe weet jij dat een overledene soms groen gaat worden?  Groene overledenen zijn niet de leukste. Groene verkleuring betekent ontbinding, een achteruitgang van het lichaam die niet meer is om te keren. Het dik worden, vaak tegelijk met groen worden, komt door gas vormende bacteriën. Deze bacteriën vermenigvuldigen zich razendsnel, soms zo snel dat een overledene binnen 2 uur tijd onherkenbaar kan worden. Dat is precies waarom ik een overledene nooit zonder handschoenen aan zal raken. Respect voor bacteriën, absoluut.

10 vragen aan Edwin Spieard

Voorheen volgende ik dagelijks het nieuws, fietsend door het bos en gefocust op slachtoffers die zijn gevallen tijdens een ongeluk of gezinsdrama. Niet dat het ongeluk me nou zo boeit, maar het waren de dodelijke slachtoffers die me telkens bezig hielden. Je kent het wel, een radio bericht waarbij een melding wordt gemaakt van een auto die van het talud is geraakt, of een vader die het hele gezin heeft omgebracht.

Ik ben er vanaf gestapt. Niet van mijn fiets, maar van het luisteren naar het nieuws. Ik merkte dat het veelal ellende is wat er in de nieuwsberichten wordt gebracht. Je hoort weinig over een fluitende vogel die het voorjaar in gaat luiden, maar telkens iets met een drama, ellende of verdriet.

Het is ook niet dat ik een struisvogel ben met mijn kop in het zand, maar ik wilde gewoon meer afstand tot de ellende en meer focussen op de mogelijkheden om leed bij nabestaanden te verzachten. Het zou geen strijd moeten zijn wie er een lichaam gaat reconstrueren nadat deze er door omstandigheden schokkend uit ziet. Het gaat er meer om of het bekend is bij de hulpverleners dat er mensen zijn in het land die deze taak op zich kunnen nemen. Mensen met ervaring en kwaliteit.

Gelukkig zijn er vele collega/ vrienden werkzaam binnen de justitie, die verder willen kijken dan alleen de ellende. Ook kunnen kijken naar het verzachten van de ellende is voor velen onder hun een taak die ze uit hun menselijk gevoel op zich nemen. Soms uit emotie, soms uit verdriet, maar met een doel die uiteindelijk dat vervelende nieuws bericht iets minder schokkend kan laten overbrengen aan de nabestaanden.

Eén van die collega’s weet me met regelmaat te vinden. We zitten op 1 lijn, kennen elkaar goed en zijn ons goed bewust van de situaties waarbij een reconstructie absoluut meerwaarde zou kunnen bieden. Het fijne aan deze samenwerking is voor mij het feit dat we het belang, de kosten en de meerwaarde serieus overwegen. Altijd op zoek naar het beste voor de nabestaanden en het slachtoffer.

Misschien zijn er mensen die nu hun wenkbrauwen iets omhoog trekken. Het beste voor het slachtoffer? Ja, inderdaad, het beste voor het slachtoffer! Piëteitsvol en met respect een onderzoek in gaan, ook als iemand overleden is gaat dat nog prima samen.

Als uit het niets mijn collega belt, dan weet ik dat het serieus is. Daar heb je geen radio bericht voor nodig. Heel kort een belangstellend gesprek, die daarna snel over gaat in het zakelijke deel. ‘Edwin, hoe zit je in je tijd vanavond’? Een vraag die was te verwachten. ‘Ah, je belt niet om snert met me te eten begrijp ik’. Een grinnikende mannenstem geeft me aan dat hem dat wel lekker lijkt, maar dat we dat echt een andere keer moeten doen.

Op de achtergrond hoor ik een hoop stemmen. ‘Vriend’ zeg ik tegen hem, ‘waar wil je me hebben’? Zonder verder over de telefoon informatie te verstrekken, geeft hij me het ziekenhuis door waar het slachtoffer zich bevind. Snel rits ik wat lekkers uit de kast en vertrek om zo spoedig mogelijk bij het betreffende ziekenhuis aan te komen.

Een dikke twee uur later druk ik op de bel bij het bordje ‘mortuarium’. Als de deur open gaat, staat daar een grote forse man met op zijn shirt de letters ‘Forensische Opsporing’. Ik bekijk hem van onder tot boven met een stralende glimlach op mijn gezicht en fluister tegen mezelf  ‘Jee wat ben jij toch een grote beer’.

Voordat ik binnenkom krijg ik een warm welkom, een hand, klop op de schouder en een zeer vriendelijke lach. ‘Wat fijn om je hier te zien, man man man, wat hebben wij mooie dingen gerealiseerd samen’. Met een grote glimlach bevestig ik zijn opmerking. ‘Kom binnen, dan praat ik je bij’. Terwijl de grote metalen deur met een bonkend geluid achter me dicht klapt, tref ik nog snel een ex collega in de hal. Vriendelijk en blij verrast staat ze me kort te woord. ‘Ik ben zo blij dat ze jou hebben gevraagd, nu komt het vast goed’ fluistert ze in mijn oor.

We nemen plaats in een ruimte met vier stoelen. Sensoren in je lichaam zorgen er voor dat je zakelijke kant volledig op scherp staat. Aandachtig luisteren, de situatie en het belang proberen te begrijpen. ‘Het is een trieste zaak’ zegt hij met een serieus gezicht. ‘We hebben tijdens een onderzoek naar een woningbrand een jong slachtoffertje gevonden. Het onderzoek bij het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) is zojuist afgerond en het slachtoffertje komt onze kant op om gereconstrueerd te worden’.

Beelden van verbrande lichamen komen bij me op. Ik zie verschillende verminkingen voorbij razen over mijn netvlies. Lastige, maar ook niet te reconstrueren lichamen komen bij me naar boven. Bijna altijd zijn ze –door de vlammen- kaal en zijn de wenkbrauwen en wimpers verdwenen. Bij extreme hitte zijn er slachtoffers met een niet te sluiten open mond. Stiekem hoop ik dat het allemaal mee zou vallen en de verminking in het gezicht minimaal zou zijn.

Voordat we uitgepraat zijn klinkt er een gong door het mortuarium. Mijn ex collega geeft aan dat de vervoerder met het slachtoffertje is gearriveerd. Twee agenten begeleiden de brancard naar de ruimte waarin we de reconstructie gaan uitvoeren. We laten de brancard passeren, doen gepast een stap achteruit om ruimte te creëren. Tijdens het passeren komt er voor mij een herkenbare geur voorbij, een geur die me de beelden van de verbrande slachtoffers nogmaals laat passeren.  

Op het moment van binnenkomst heerst er een stilte in het mortuarium. Eigenlijk is het enige geluid wat je hoort het blazen van het ventilatie systeem. Iedereen is gespannen en kijkt met een ernstige blik tijdens het overtillen van het jonge lichaam. Eén van de twee agenten draait haar hoofd weg, loopt wat stappen achteruit en bijt op haar lippen. Op dit moment doe ik twee stappen naar voren en pak haar bij de arm. ‘Kom, gaan we even ergens zitten samen’. Ik geef haar een tissue en zonder verder iets te zeggen loopt ze met me mee. Altijd een lastig moment als er jonge slachtoffers zijn te betreuren, het onbegrip, het ongeloof en vooral  het verdriet neemt soms je emotie over.

Terug in de ruimte waarin het slachtoffertje zich bevind, buigen mijn Forensische collega en ik ons samen over het lichaam. Als een geoliede machine observeren we het lichaam van tenen tot het hoofd, achterzijde, voorzijde, vertellend aan elkaar wat we denken, zien en voelen. Als het slachtoffertje weer plat op de rug ligt, staan we beide met een gestrekte rug naast het lichaam. Hij links, ik rechts. We kijken elkaar diep in de ogen, de serieuze blik ontspant iets en bijna beide tegelijk knikken we –terwijl we onze ogen heel even sluiten- een bevestigende ‘ja’.

We weten van elkaar wat dat betekend, een knikkende ‘ja’ is dat we er voor gaan en mogelijkheden zien om anderen de gelegenheid te geven om afscheid te nemen in een open kist. Eigenlijk is het onbeschrijfbaar wat een knikkende ‘ja’ in houdt. Het geeft je een opgelucht gevoel, een gevoel die neigt naar lachen, een gevoel die neigt naar het geven van een handdruk of een knuffel.

Toen ik een aantal weken later op het politiebureau kwam om samen een kop koffie te doen, trof ik daar die enorme grote beer. De letters Forensische Opsporing nog pronkend op zijn shirt. Een beetje gekscherend wijs ik naar mijn eigen logo en lees hem de tekst ‘Special Death Care’ hardop voor. ‘We hebben het geflikt’, dat was wat hij zei terwijl we elkaar vriendschappelijk in de armen vlogen. ‘De ouders en de hele school heeft afscheid kunnen nemen van het slachtoffertje. Een open kist’!

Zonder dat ik er controle over heb, krijg ik weer even dat knikkende ‘ja’ gevoel. De film komt weer heel even voorbij, de stilte, de geur, de tissue, maar zeker twee mannen met gestrekte rug naast een lichaam. Twee mannen die beide inzien welke meerwaarde een reconstructie soms kan hebben.

Het is voor mij een bewuste keuze geweest om de verwondingen niet met jullie te delen. De ouders hoeven niet met details geconfronteerd te worden bij het lezen van dit artikel. De reden van het plaatsen van dit bericht, is het verzoek van de ouders om onder de aandacht te brengen, dat de goede samenwerking tussen de Forensische Opsporing en Special Death Care een hele positieve uitwerking heeft gehad op hun rouw verwerking.

Namens de ouders en de school ontvingen we een warm en oprecht ‘Dankjewel’

Samenwerking Forensische Opsporing

Altijd als de telefoon gaat, dan springen mijn sensoren aan. Razendsnel vliegt er van alles door mijn hoofd. Dingen zoals het tijdstip en eventuele afspraken die ik nog heb staan. Waarschijnlijk een gevoel die velen met me kunnen delen. Een simpel telefoontje zou je dag immers volledig op zijn kop kunnen zetten.

Donderdag was ook zo’n dag. Een dag waarin je wat plannen maakt om wat ondernemers te bezoeken en in de avond gezellig uit eten te gaan. Net op het moment nadat de plannen zijn uitgesproken trilt er iets op het aanrecht. Even denk ik aan soort kortsluiting, maar realiseerde me vrij snel dat ik vergeten was om het geluid van mijn telefoon aan te zetten.

Ik zie in mijn display een telefoon nummer die ik niet herken. Dat maakt het heel eventjes extra spannend, want op dit moment weet ik dus niet naar welke regio ik misschien mag afreizen. Aangezien ik internationaal werk zou het over ver kunnen zijn. Stiekem is het voor vandaag een opluchting als ik een bekende stem aan de andere kant van de lijn hoor. Een stem met accent verbonden aan de regio waarin ik woon.

‘Edwin heb je tijd om ons te helpen’? Eigenlijk hoef ik niet na te denken en antwoord volmondig met een opgewekt ‘natuurlijk’. Op dit moment geen idee waarmee, maar deze ondernemer belt echt niet voor een vervuild laken. ‘Wij zijn hier bij een familie, vader is plotseling overleden en laat een demente vrouw en 3 zoons achter. Het is allemaal een beetje gecompliceerd omdat mevrouw niet alles meer begrijpt’.

Een beetje gek, maar zonder dat je de situatie of de familie kent, maak je toch een soort voorstelling van zaken. Je beeld je in hoe ze wonen en gebaseerd op niks zat die dementerende vrouw in mijn gedachten in een rolstoel. Niet zo’n elektrische, maar een rolstoel uit de jaren 80. Het huisje is denkbeeldig een aanleun woning, behorend bij een modern verzorgingstehuis.

Als ik eenmaal het adres heb opgeschreven, zit ik doorgaans binnen een half uur in de auto op weg naar de aanvrager. Wat ik nodig heb voor onderweg zijn wat slappe speculaas koekjes en koffiepoeder om een bakje koffie te kunnen zetten. Gemiddeld genomen zijn de meeste oproepen anderhalf uur rijden voor dat ik aankom op het opgegeven adres en in die tijd snoep ik graag iets.

Een beetje verbaasd was ik toen bleek dat er helemaal geen sprake was van een verzorgingstehuis, aanleun woning of rolstoel. Niets van dat. Een grote boerderij met bloemrijke oprijlaan, een vrolijke maar veel te dikke hond. Een hond die meer heeft van een bijzet tafeltje, dan van een gevaarlijke boef. Aangezien het vrij normaal is in deze omgeving om achterom te komen, rijd ik de wagen -over de met rode steentjes gemaakte inrit- naar achteren.

Er zwaait een blauw/ groene deur open aan de achterzijde van de boerderij. Ik zie de uitvaartleider op me af komen, zijn hoofd staat op de blik ’zorgen’. Net voordat ik uit de wagen wil stappen, zie ik dat de ondernemer met zijn nieuw gepoetste schoenen in een verse hondendrol stapt. Ik schater het uit. Zijn blik ‘zorgen’ verandert in een blik van irritatie. ‘Man maak je niet druk’ roep ik met een stralende glimlach. ‘Het is maar poep…’

Het ijs was gebroken, de ondernemer ziet er de humor wel van in. Waarschijnlijk had hij het ook even nodig. Soms neemt de stress of onmacht de situatie over, een situatie waarin je denkt geen controle meer te hebben.

Eenmaal binnen ontmoet ik de echtgenote. Ze lijkt me helder. De 3 zoons zijn verdrietig en knijpen - terwijl ik ze condoleer- stevig in mijn hand. Ik vertrek een beetje mijn gezicht, want tegen een grote boeren hand is mijn hand niet zo goed bestand. We staan met z’n zessen op de deel. De deel is een ruimte waarin de tractoren en de machines staan opgesteld. De hond snuffelt met een kwispelende staart wat aan de schoen van de ondernemer.

Het wordt me langzaam duidelijk. De boerderij is nog in bedrijf en moeders begrijpt niet dat pa er tussenuit is gesneakt. Een van de zoons neemt me apart en fluistert in mijn oor dat moeders niet alles begrijpt. ‘Moeder is dement, ze denkt dat pa slaapt en heeft alvast zijn krant klaar gelegd. Pa is in dit huis geboren en overleden’. Ineens gaat de deur open en roept moeders een beetje boos: ‘Ik heur oe wel hoor, ie denkt zeker dak gek bin?’

Ik loop naar haar toe en sla een arm om haar heen. ‘Nee mevrouw, wij hebben het over uw man. Uw man is overleden, begrijpt u wat ik zeg? Hij leeft niet meer’. Heel even lijkt ze het te bevatten. Ze kijkt wat naar de grond, geeft de hond een aai over de bol en over haar wang stroomt een traan.

Dit zijn van die momenten waarop ik alles uit de kast haal om het zo mooi mogelijk te laten verlopen. Mijn ogen speuren de deel af, op zoek naar een compromis. Hoe kan ik deze mensen extra helpen? Het is een oudere man, in dit huis geboren en overleden. Voor de achterblijvers is het belangrijk dat ze de tijd krijgen om afscheid te nemen.

In de tijd dat ik met de nabestaanden in gesprek ben, is de uitvaartondernemer wat op de achtergrond gebleven. Bij het zien van een tractor op de deel krijg ik een idee. Zonder te twijfelen gooi ik het in de groep. ‘Wat zou u er van vinden als we de tractor naar buiten rijden en mijn mobiele unit weer naar binnen rijden’? Het idee hierachter is dat hij pas uit dit huis hoeft op de dag van de uitvaart. Hier geboren, hier overleden, maar ook in huis verzorgd. Misschien helpt het moeders te begrijpen.

Helemaal uit het niets komt er vanuit moeders een opmerking die me wederom aan het denken zet. ‘Pa had een hekel aan kou, als hij hier naar de deel moet, dan moet hij zich warm kleden’. Ik neem heel even de ondernemer apart en vraag of thanatopraxie bespreekbaar is. Thanatopraxie is een behandeling waarbij we bloed vervangen door chemicaliën en zo in vele gevallen de overledenen ongekoeld kunnen opbaren.

Ik neem de zoons even apart. De ondernemer neemt de vrouw mee naar de keuken. Bij het betreden van de keuken zie ik dat hij de randjes van zijn schoen probeert af te vegen aan de mat. Opnieuw begin ik te grinniken.

Eerlijk en duidelijk leg ik uit aan de zoons welke opties ik kan aandragen en bespreek de thanatopraxie behandeling.  Mijn wagen is er volledig voor uitgerust om een thanatopraxie  behandeling op locatie te kunnen doen. Geen moment wordt er getwijfeld. Ze stemmen in met het plan om de tractor te verplaatsen en de voormalige ambu op de deel te rijden. Omdat het contact soepel verloopt vraag ik om zelf de tractor naar buiten te mogen rijden. Het zijn leuke herinneringen aan vroeger, een boerderij, werken met groot materiaal en stinken naar lekkende diesel.

Als de wagen op zijn plek staat sluiten de zoons de grote lompe deuren van de deel. Samen met de zoons halen we pa uit bed en met de brancard rijden we hem de gele wagen in . Een van de zoons grapt dat pa nog nooit eerder een gele tractor heeft gehad. Zijn grap maakt de sfeer ontspannen en een goed gevoel bekruipt me.

Ik sluit me op in de wagen en start de behandeling die in totaal ongeveer 2,5 uur in beslag gaat nemen. De uitvaartleider bespreekt in de tijd die ik nodig heb alvast de uitvaart en de kaarten. Aansluitend wordt het bed opgemaakt. Het bed waarop vader straks ongekoeld opgebaard gaat worden.

Terwijl ik bezig ben met de behandeling hoor ik telkens snuif geluiden rondom de wagen. Er schiet van alles door mijn hoofd. Een losse koe, ratten, muizen of zou moeders uit de keuken zijn ‘ontsnapt’? Ik besluit niet langer te wachten en open een deur van de wagen. Kwispelend staat daar dat bij zet tafeltje. Een hond die me aan de honden van mijn moeder doet denken. Lief, maar altijd te dik.

Bij het open doen van de deur probeert de hond in de wagen te komen. Zijn stijve gewrichten maken het onmogelijk om naar binnen te klimmen. Heel even twijfel ik, maar daarna besluit ik de hond te helpen. Ik doe mijn schort af, trek mijn witte jas uit en til de hond in de wagen. De tafel waarop de overledene ligt laat ik zakken. Snuffelend en kwispelend loopt de hond door de wagen. Er bereikt mij een emotioneel moment, zouden dieren werkelijk voelen wat er aan de hand is?

Met een beetje piepende geluiden staat hij naast zijn baasje. Zoals elke dierenliefhebber zou doen, begin ik tegen de hond te praten. Hij begrijpt het vast niet, maar ik vertel dat zijn baasje is overleden. Met een lik over het gezicht van de overledene verlaat de hond de wagen. Een moment waarvan mijn nekharen spontaan overeind gaan staan.

Ongeveer 3 uur later ligt vader op zijn eigen bed. Keurig gekleed in een warme trui en een dikke ribbroek op een kleine kamer. Moeders wordt begeleid door haar zoons. Als ze naast zijn bed staan begint moeders een heel verhaal te houden. Over hoe lief haar man was, hoe hard hij werkte en dat ze hem zal missen. Een van de zoons trekt het niet zo best. Hij verstopt zijn tranen, verbijt zijn lippen terwijl zijn handen trillen. ‘Ook mannen mogen huilen’ zeg ik tegen hem. Hij pakt me met zijn stevige handen veel te hard vast en schud me bij de schouders heen en weer.. Tranen rollen over zijn wangen, hij kijkt me aan en zegt dat hij eeuwig dankbaar is.

Terug in de keuken hangt een geur van verse koffie. De hond ligt voor de kachel op een kleedje, alsof er niets is gebeurd en alles de normaalste zaak van de wereld is. Moeders zet zeven kopjes op tafel en begint de koffie in te schenken. Ik zie de ondernemer verbaasd kijken. Zeven kopjes, dat is er eentje te veel. Als ze de koffie kan terug zet op het hitte plaatje, kijkt ze naar haar zoon en zegt: ‘Roep ie ons pa? Hij het nou lang genog sloapen’.

Special Death Care op locatie

‘Wat is het ergste dat u heeft mee gemaakt?’. Een vraag die regelmatig aan mij gesteld wordt. Het maakt niet uit waar ik op dat moment ben, Limburg, Noord-Holland of Friesland. Overal zijn er wel mensen geïnteresseerd in wat ik mee maak. Iemand die me kent weet dat mijn ogen dan gaan stralen, want ik vertel graag over mijn vak. Het gaat je al snel een uurtje extra kosten, want ik ben niet zomaar uitgesproken.

Eerlijk gezegd weet ik niet zo snel te bedenken wat nu eigenlijk het ergste is. Denk ook niet dat dat zo veel uit maakt. Er zijn in de loop der jaren vele dingen in de uitvaart veranderd. Zo ook de technieken om iemand op te kunnen baren. Ik denk dat ik met mijn concept de laatste jaren een positieve bijdrage heb kunnen leveren. Het assisteren van uitvaart ondernemers, justitie en nabestaanden. Het maakt voor mij niet uit wie er belt, als ik kan helpen, dan doe ik dat. De vrijheid van ZZP zijn, onafhankelijk en neutraal.

De voormalige ambulance waarmee en waarin mijn werkzaamheden uitvoer, wordt steeds meer geaccepteerd. Natuurlijk begrijp ik dat de wagen best geel, groot en opzichtig is, maar waardeer me om wat ik kan. Uitvaartondernemers rijden met vlaggetjes, een politie auto met striping, en ik rijd in een gele bus. Allemaal om een mooi stukje dienstverlening te kunnen bewerkstelligen.

Ik wil iedereen bedanken die mij in de afgelopen 2 jaar heeft ingezet om nabestaanden te kunnen helpen. Ook de komende jaren blijf ik mijn kennis delen, zet ik mijn werkzaamheden voort en help ik eenieder die het wil om een waardig afscheid te realiseren.

Een oprecht dankjewel!

Contact gegevens Special Death Care

Thanatopraxie is een moeilijk woord om uit te spreken en de praktijk blijkt het vaak nog moeilijker om het uit te leggen. Veel mensen wijken uit naar het woord balsemen of lichte balseming. Met regelmaat wordt Special Death Care gevraagd om deze behandelingen uit te voeren. Een thanatopraxie behandeling is een behandeling waarbij het bloed van de overledene wordt vervangen door een andere vloeistof. Dit kan zijn om een overledene cosmetisch op een betere kleur te krijgen, maar ook omdat bijvoorbeeld de uitvaartleider de nabestaanden een mogelijkheid wil bieden om de overledene ongekoeld op te baren.

Als ik wordt ingezet om deze behandeling uit te voeren, dan ga ik eerst in gesprek met de nabestaanden. Het komt zelfs voor dat ik eerst een 'voor gesprek' aan ga met de patiënt die terminaal is en die wil gaan kiezen voor een thanatopraxie behandeling. In mijn hoofd is het namelijk uitermate belangrijk dat de patiënt of nabestaanden op een juiste manier worden ingelicht voordat ze een keuze gaan maken. Een keuze die past bij hun gevoel en het gevoel waarvan ze denken dat het beste bij de overledene past.

Met regelmaat zie ik grote verbazing bij nabestaanden als ik eerlijk vertel wat thanatopraxie nou eigenlijk is. 'Zie het als een soort nier dialyse, waarbij we vloeistof door het lichaam spoelen. Om dit te kunnen doen moeten we ingrijpen in het lichaam. Eén of meerdere slagaders worden geopend om de vloeistof te injecteren. U begrijpt..... het heeft helemaal niets met insmeren van het lichaam te maken'.

Want hier gaat het vaak fout. Een uitvaartleider die niet eerlijk en open verteld wat thanatopraxie is, zou de familie een keuze kunnen laten maken waarvan ze spijt krijgen. Test het eens binnen je eigen kennissen kring en vraag eens wat balsemen is. Ik schat dat 80% begint over insmeren, terwijl ze met hun handen en armen de beweging maken alsof ze crème over hun armen smeren. Begrijp je de verontwaardiging en de teleurstelling bij de nabestaanden als ze tijdens de verzorging zien dat er ineens in hun dierbare is gesneden?

Nee, insmeren is niet voldoende om een overledene ongekoeld op te kunnen baren. Daar komt echt iets meer bij kijken. Een behandeling kost circa 2 uur intensief bezig zijn, weten wat je doet, geconcentreerd vloeistof injecteren om het beste resultaat te behalen. Kennis, juiste vloeistof keuze, goed gereedschap en ervaring zijn ingrediënten die een opbaring positief kunnen beïnvloeden. Laat een thanatopracteur in gesprek gaan met de aanvrager. Een thanatopracteur stelt de juiste vragen, geeft tips en denkt mee om samen een zo goed mogelijke opbaring te realiseren. Medicijn gebruik, doodsoorzaak, postuur, conditie van het lichaam, het zijn allemaal factoren die de keuze kunnen beïnvloeden.

Indien je van jezelf weet dat je onvoldoende kennis hebt over deze behandeling, zou ik je adviseren je eerst in deze materie te verdiepen alvorens het bij de families bespreekbaar te maken.  Indien je denkt er veel vanaf te weten, laat je dan eens testen door een thanatopracteur. Zo voorkomen we teleurstelling.

thanatopraxie